Het nieuws over AI en energie gaat bijna altijd over getallen die je niets zeggen. Terawattuur, gigawatt aan datacentervermogen, procenten van het nationale verbruik in 2030. Interessant, maar niet iets waar je maandagochtend iets mee doet.
Er is één verandering die dat wel is, en die kreeg opvallend weinig aandacht. Sinds 1 juli 2026 sta je als ondernemer met een kleinverbruikersaansluiting op dezelfde landelijke wachtlijst als iedereen die meer stroom wil. Inclusief de datacenters.
Wat er veranderde
Tot deze zomer hadden kleinverbruikers bij een aanvraag voor een nieuwe of zwaardere aansluiting feitelijk voorrang op grootverbruikers. De ACM vond dat onterecht en besloot dat beide groepen gelijk behandeld moeten worden. Sindsdien is er één rij.
Let op wat “kleinverbruiker” betekent, want de term misleidt. Het gaat niet alleen om huishoudens. Winkels, horeca, praktijken, kleine werkplaatsen — de meeste MKB-bedrijven vallen in deze categorie. Je bent kleinverbruiker tot je aansluiting boven de 3x80 ampère gaat, en dat is voor de meeste panden ruim.
Op die gedeelde lijst stonden al zo’n 15.000 grootverbruikers te wachten. TenneT waarschuwde in februari dat het net in Flevoland, Gelderland en Utrecht zijn absolute grens had bereikt.
Waar AI in het verhaal zit
AI-datacenters zijn niet de enige reden dat het net vol zit. Elektrificatie van industrie, warmtepompen, laadinfrastructuur: het trekt allemaal tegelijk aan hetzelfde net. Maar datacenters zijn wel de categorie die het hardst groeit en die aansluitingen vraagt van een orde die niets met jouw bedrijf te maken heeft.
Dat is het eerlijke verhaal: de AI-boom is niet persoonlijk tegen jou gericht, en toch sta je nu in dezelfde rij. Beleggers zien datzelfde patroon overigens ook — er wordt in de markt inmiddels openlijk gezegd dat energie, niet chips, de volgende bottleneck van de AI-groei is. Dat is voor een ondernemer geen beleggingsadvies, maar wel een signaal dat de druk op het net voorlopig niet afneemt.
De denkfout die dit duur maakt
De reflex is begrijpelijk: ik hoef niet uit te breiden, dus dit gaat niet over mij.
Het probleem is dat de aanvraag jaren vóór de verbouwing hoort te liggen, niet erna. Een extra oven in de keuken. Een productielijn die van gas naar elektrisch gaat. Laadpalen voor het busje. Een tweede koelcel. Dat zijn allemaal aanvragen voor meer vermogen, en het moment waarop je erachter komt dat je in de rij staat, is meestal het moment waarop de aannemer al ingepland is.
De schaarste zit niet in de aansluiting. Die zit in je plek in de rij.
Wat je deze week kunt doen
Kijk eerst wat de situatie op jouw postcode is. Alle netbeheerders publiceren capaciteitskaarten waarop je per gebied ziet of er nog ruimte is voor afname, teruglevering, of geen van beide. Het verschil tussen twee bedrijventerreinen tien kilometer uit elkaar kan enorm zijn, dus een landelijk gemiddelde helpt je niet.
Overweeg je een uitbreiding serieus, vraag de capaciteit dan aan zodra dat serieus is — ook al staat de datum nog niet vast. Je verliest er niets mee en je wint tijd in een rij die alleen maar langer wordt.
En kijk als derde of je binnen je bestaande aansluiting ruimte kunt maken. Pieken verschuiven, een batterij, laden op andere momenten, apparatuur die niet tegelijk aanslaat: dat regel je in weken in plaats van jaren. Voor veel MKB-panden zit de rek daar, en niet in een zwaardere kabel.
Voor wie AI in het bedrijf wil inzetten is er trouwens een geruststelling: het draaien van modellen kost stroom in een datacenter ergens anders, niet bij jou in de meterkast. Alleen wie zelf modellen lokaal wil draaien op eigen hardware komt in aanraking met dit vraagstuk — en dan meestal nog binnen de bestaande aansluiting.
Inmiddels kopen datacenters zich uit die wachtrij: voor 1,45 miljard dollar aan eigen stroom.
