Je eerste eigen AI-tool bouw je in een middag. Een assistent met jouw offerte-instructies, een automatisering die webformulieren samenvat, een project dat je prijslijst kent. Hij werkt, je collega’s gebruiken hem, en je gaat door met je werk. Een half jaar later geeft hij rare antwoorden, of de collega die hem bouwde is met verlof, en dan blijkt dat niemand precies weet welke instructies erin staan, op welk account hij draait of hoe je kunt zien of hij nog goed werkt.
Dat is het moment waarop zelfbouw meestal misgaat. Het bouwen zelf lukt bijna altijd. Wat ontbreekt, is één pagina waarop staat hoe het ding in elkaar zit. Die pagina noemen we hier het bouwdossier.
Of je iets beter zelf bouwt of uitbesteedt, lees je in AI zelf bouwen of een expert inhuren. Het overzicht van álle AI in je bedrijf hoort in je AI-register. Dit stuk zoomt in op één regel uit dat register: de tool die je zelf maakte, en wat je daarover vastlegt.
Wat werkt en wat mislukt bij zelf bouwen
Wat werkt, is klein en afgebakend bouwen, door iemand die het werk zelf kent en de tool zelf gebruikt. Wat mislukt, gebeurt vrijwel altijd ná de bouw, op drie plekken.
Het model verandert onder je tool. Onderzoekers van Stanford en Berkeley stelden GPT-4 in maart en juni 2023 dezelfde vragen. Bij het herkennen van priemgetallen zakte de score van 84 naar 51 procent goed, en het vermogen om instructies te volgen nam volgens de onderzoekers af (Bron: arXiv). Je eigen instructies waren niet veranderd. Het model wel.
Het model of platform verdwijnt. Anthropic zet oudere modellen regelmatig uit, met minstens 60 dagen bericht vooraf. Daarna “will fail” elk verzoek aan dat model; zo ging een veelgebruikt klein Claude-model op 20 april 2026 met pensioen (Bron: Anthropic). OpenAI stopt op 11 december 2026 met Custom GPTs. Bij de overstap naar plugins gaan eigen acties en het gekozen model niet mee, en alleen de laatst gepubliceerde versie wordt overgezet (Bron: OpenAI). Wie niet weet welke acties zijn GPT gebruikt, ontdekt dat pas als ze weg zijn. Het stappenplan voor die overstap staat in Custom GPTs stoppen: zo migreer je.
De geschiedenis is korter dan je denkt. In n8n kan iedere gebruiker eerdere versies van een workflow terughalen, maar standaard alleen die van de laatste 24 uur; op Cloud Pro is dat vijf dagen (Bron: n8n). Pas je iets aan en merk je pas na een week dat het fout gaat, dan is de oude versie weg, tenzij je hem zelf hebt bewaard.
Het Amerikaanse standaardeninstituut NIST vat de oplossing droog samen in zijn raamwerk voor AI-risico’s: “Documentation can enhance transparency, improve human review processes, and bolster accountability” (Bron: NIST). Voor een bedrijf van acht mensen hoeft dat geen map vol procedures te zijn. Eén A4 per tool is genoeg.
Het bouwdossier: acht vakken
1. Doel. Eén zin over wat de tool doet, en één zin over wat hij uitdrukkelijk níet doet. “Schrijft een eerste versie van offertes voor standaardonderhoud. Geen offertes boven 10.000 euro en geen maatwerk.” Die tweede zin voorkomt dat een collega de tool later inzet voor iets waarvoor hij nooit getest is.
2. Eigenaar. Een naam en een vervanger. De eigenaar past instructies aan, leest de mails van de leverancier en beslist over stoppen. Hoe je die rol belegt, staat in de checklist voor eigenaarschap.
3. Instructies met versie. Kopieer de volledige systeemprompt (de vaste instructies die de AI bij elk gesprek meekrijgt) naar het dossier, met een versienummer en een datum. Wijzig je iets, dan komt er een nieuwe versie onder, met één regel over wat er veranderde en waarom. Zo kun je altijd terug naar de laatste versie die goed werkte.
4. Model en accounts. Welk model, op welk platform, onder wiens account en welk abonnement. Ook de koppelingen horen hier: welke connectors of acties de tool gebruikt en welke API-sleutel erbij hoort. Noteer alleen de naam van die sleutel en waar hij bewaard wordt, nooit de sleutel zelf.
5. Gegevens. Welke documenten de tool als achtergrond gebruikt, waar die staan en hoe actueel ze zijn. En wat er nooit in mag: klantdossiers, salarisgegevens, medische informatie. Staat er wél een persoonsgegeven in, dan hoort de tool ook in je verwerkingsregister.
6. Testset. Tien vaste voorbeelden met het antwoord dat je verwacht. Hierover zo meer, want dit is het vak dat bijna iedereen overslaat.
7. Bij een fout. Wat doe je als de tool onzin geeft of uitvalt? Schrijf de handmatige route op: wie neemt het werk over en met welk sjabloon. Noteer ook wie je belt bij een storing van het platform.
8. Uitzetten. Wie mag de tool stilleggen, hoe doe je dat (account, abonnement, koppelingen intrekken) en bij welk signaal. Bijvoorbeeld: twee keer in een maand een fout die bij een klant terechtkwam.
Beginner-tip: het dossier hoeft geen apart systeem te zijn. Een gewoon tekstbestand met de naam van de tool, in dezelfde gedeelde map als de tool zelf, is precies goed. Hoe je die map opzet met een eigenaar per onderdeel, lees je in AI-eilandjes in je team.
De testset: het vak dat het verschil maakt
Zonder testset weet je na een wijziging alleen of het “goed voelt”. Met testset zie je het. Anthropic adviseert in de eigen documentatie om testgevallen te laten lijken op het echte werk, en “Don’t forget to factor in edge cases!” (Bron: Anthropic). OpenAI geeft bij de GPT-migratie hetzelfde advies in eenvoudiger woorden: bewaar een paar vertrouwde vragen en vergelijk ze, plus minstens één lastiger geval (Bron: OpenAI).
Voor een offerte-assistent kan dat er zo uitzien: zes gewone aanvragen uit het afgelopen kwartaal, één aanvraag met een product dat je niet meer voert, één klant die in het Engels schrijft, één aanvraag zonder adres en één boze mail die eigenlijk een klacht is. Zet bij elk voorbeeld in een paar woorden wat een goed antwoord bevat. Draai de tien opnieuw na elke wijziging aan de instructies, bij elke modelwissel en twee keer per jaar zonder aanleiding. Bewaar de uitkomsten met datum, dan heb je meteen een vergelijkingspunt.
Kost dat tijd? Een uur om op te zetten, een kwartier per controle. Een assistent die drie weken ongemerkt verkeerde prijzen noemt, kost meer. Hoe je fouten in de uitkomst herkent, lees je in AI-hallucinaties herkennen.
Laat de AI het dossier meelezen
Het dossier heeft twee lezers: je collega en de AI zelf. Elk nieuw gesprek begint voor een taalmodel blanco. Anthropic schrijft over zijn programmeerassistent letterlijk dat elke sessie begint “with a fresh context window”, en dat een vast instructiebestand aan het begin van elke sessie wordt ingeladen. De documentatie voegt eraan toe dat instructies consequenter worden gevolgd naarmate ze specifieker en beknopter zijn (Bron: Anthropic).
Voor wie geen code schrijft, werkt een project op dezelfde manier. In Claude geef je een project eigen instructies en een kennisbank met documenten, en dat kan ook met een gratis account (Bron: Anthropic). Zet het doel, de grenzen uit vak 1 en de gegevensafspraken uit vak 5 dus ook in die projectinstructies. Dan hoeft niemand bij elk gesprek opnieuw uit te leggen wat de tool is, en weet de AI zelf wat buiten zijn opdracht valt.
Eén harde regel: alles wat de AI kan lezen, kan hij ook doorgeven. Daarom staan wachtwoorden en sleutels nooit in het dossier of in de instructies. Waarom dat bij skills extra telt, staat in AI-skills in je team: regel dit vóór iemand er één installeert.
Zo maak je het maandag
- Maak een lijst van alles wat jij en je collega’s zelf bouwden: GPT’s, projecten, Gems, automatiseringen, skills. Begin met de tool die het vaakst wordt gebruikt.
- Open een leeg document met de acht koppen en vul het in met de bouwer erbij. Reken op een half uur per tool.
- Kopieer de huidige instructies erin als versie 1, met de datum van vandaag.
- Verzamel tien testvoorbeelden uit echt werk, draai ze één keer en bewaar de uitkomst.
- Zet het dossier naast de tool in de gedeelde map en verwijs ernaar vanuit je AI-register.
- Plan twee controlemomenten per jaar in de agenda van de eigenaar: testset draaien, mails van de leverancier nalopen, dossier bijwerken.
Lukt het niet om vak 2 of vak 7 in te vullen, dan heb je je eerste bevinding al. Een tool zonder eigenaar of zonder terugvalroute is een tool waar je bedrijf op leunt zonder dat iemand het weet.
