Vraag drie collega’s wat het verschil is tussen een prompt, een skill en een agent, en je krijgt vier antwoorden. Dat ligt niet aan je team. Er bestaat geen harde grens, en daarom helpt een definitie op een slide weinig. Wat wel werkt: een halfuur samen voorbeelden uitpluizen tot iedereen zelf ziet waar de lijn loopt. Hieronder lees je hoe je die oefening opzet.
De werkvorm komt uit aflevering S09E02 van de Nederlandse podcast AIToday Live van 21 oktober 2026, waarin Joop Snijder hem toelicht (Bron: AIToday Live). Zijn kernpunt: “Er bestaat geen harde grens, dus losse definities helpen niet.”
Beginner-tip: Een skill is een vastgelegde werkwijze voor je AI-assistent: een bestandje met instructies, bijvoorbeeld “zo schrijven wij een offerte”. Een agent is een AI die zelf stappen zet om een doel te halen. Heb je nog nooit een skill gemaakt, begin dan met de werkwijze van je beste medewerker vastleggen.
Waarom voorbeelden beter werken dan uitleg
Leg je eerst het schema uit, dan gaat iedereen braaf de vakjes invullen en is het na een week weer weg. Laat je mensen eerst zelf worstelen met een twijfelgeval, dan blijft de redenering hangen. Snijder verwijst daarvoor naar onderwijsonderzoek naar productive failure: eerst zelf zoeken, daarna pas de uitleg (Bron: AIToday Live). Zijn samenvatting: “Voorbeelden vóór definities.”
Het ongemak dat ontstaat als twee collega’s het oneens zijn over een taak, is dus geen teken dat de oefening mislukt. Daar gebeurt het juist.
Zo zet je de oefening op
Je hebt een halfuur nodig, een groep van drie tot tien mensen en acht kaartjes met taken. Een lunch is een prima moment.
- Kies acht taken uit je eigen kantoor. Vier zijn eenduidig, vier zijn bewust grijs. Gebruik werk dat je team echt doet; herkenning maakt het gesprek beter.
- Leg ze één voor één voor. De vraag is steeds: is dit een prompt, een skill of een agent? Laat iedereen eerst zelf kiezen, bijvoorbeeld door een, twee of drie vingers op te steken.
- Vraag door naar het waarom. Niet het antwoord telt, maar de redenering. “Waarom geen skill?” “Wat als je dit elke week doet?”
- Geef vooraf geen uitleg en geen schema. Ook niet als iemand erom vraagt.
- Pas in de laatste tien minuten komt de vuistregel. Dan herkent iedereen hem uit het eigen gesprek.
Een voorbeeld van acht taken voor een klein kantoor:
| Taak | Eerste ingeving | Waarom het (soms) schuurt |
|---|---|---|
| Eenmalig een lastige klantmail herschrijven | prompt | - |
| Elke week de offertes in huisstijl opstellen | skill | - |
| Een idee voor een nieuwsbrief brainstormen | prompt | - |
| Facturen controleren volgens vaste regels | skill | - |
| Eens per kwartaal een risicoanalyse maken | prompt? | Zelden, maar niemand onthoudt de stappen |
| Een klantdossier compleet maken uit mail, agenda en CRM | skill of agent? | Doel ligt vast, de route verschilt per klant |
| Vacatureteksten schrijven | prompt of skill? | Hangt af van hoe vaak je werft |
| Een concurrentieoverzicht bijhouden | agent? | Zoekwerk zonder vaste route, maar wel steeds hetzelfde eindproduct |
De derde kolom houd je voor jezelf als begeleider. In de podcast hoort bij de werkvorm een canvas van drie pagina’s met voorbeelden, een antwoordblad en een sjabloon; de link staat in de shownotes van de aflevering.
De vuistregel voor het slot
Snijders vuistregel, samengevat:
- Prompt: iets wat je af en toe doet. Je typt de opdracht elke keer opnieuw.
- Skill: iets wat je regelmatig op dezelfde manier doet, met ongeveer een keer per week als ondergrens. De stappen liggen vast.
- Agent: het resultaat ligt vast, maar de route niet. De AI bepaalt zelf welke stappen nodig zijn.
En dan de uitzondering die groepen vaak zelf vinden: een uitgebreide methode die je zelden gebruikt, zoals die risicoanalyse per kwartaal, kan toch beter een skill worden. Juist omdat niemand de stappen na drie maanden nog weet.
Gevorderden: Een skill mag uitgebreid zijn, maar het “etiket” moet kloppen. Claude laadt van elke skill eerst alleen de naam en een korte beschrijving, en pas als die past bij je vraag de volledige instructies (Bron: Anthropic). Een vage beschrijving betekent dat de skill niet wordt opgepakt, hoe goed de inhoud ook is. Schrijf daarom per skill één regel over wanneer je hem nodig hebt.
Afsluiten met iets bruikbaars
Laat iedereen aan het eind één prompt kiezen die hij vaak gebruikt en maak er samen een skill van: een naam, één regel over wanneer je hem inzet, en de instructies eronder. Dan gaat het team niet alleen met een inzicht de deur uit, maar ook met een eerste set gedeelde skills.
Zet die skills wel op één plek, anders heb je over een halfjaar vijf versies van dezelfde offerte. Hoe je dat inricht, lees je in AI-eilandjes in je team: zo houd je skills en prompts bij elkaar. Haal je skills van buiten binnen, regel dan eerst de afspraken vóór iemand er één installeert.
Telt dit voor AI-geletterdheid?
Het kan helpen. De AI-verordening vraagt van bedrijven die AI gebruiken dat hun mensen voldoende AI-geletterd zijn, maar schrijft geen vaste cursus voor. Een oefening als deze, met een korte notitie van wie meedeed en welke afspraken jullie maakten, is een bruikbaar onderdeel. Wil je er een compleet programma van maken, kijk dan bij AI-geletterdheid regelen zonder dure cursus.
Deze week
- Plan een halfuur met je team, bijvoorbeeld tijdens de lunch van vrijdag.
- Schrijf acht taken op kaartjes, vier duidelijke en vier twijfelgevallen uit je eigen werk.
- Houd de vuistregel tot het eind voor je, en sluit af met één nieuwe skill per persoon.
